Hulp aan wezen in oorlogstijd
Het in 2001 gepresenteerde boekje ‘Het wezen van wezen’, bedoeld als monumentje voor de in 1943 uit het gebouw Pletterijstraat 66 gedeporteerde bewoners van het “Israëlitisch Weeshuis te ‘s-Gravenhage, genaamd Ezer Jatom (Hulp voor Weezen)” kon niet compleet zijn omdat de archiefstukken van de oorlogsjaren ontbraken.
In 2003 kwamen Nederlandse archieven terug uit Rusland, waaronder veel stukken die afkomstig waren uit het archief van het Haagse weeshuis. Daarbij bevonden zich ook de notulen van de bestuurs- en jaarvergaderingen die in de oorlogsjaren werden gehouden met de daarbij behorende stukken. Deze ontbraken juist bij het schrijven van ‘Het wezen van wezen’. Dat legde op mij de morele verplichting om te trachten het monumentje te completeren. Maar hoe? Het was practisch onmogelijk om de bezitters van het boekje ‘Het wezen van wezen’ te voorzien van de teruggekomen gegevens. Aanvankelijk werd gedacht aan het schrijven van een artikel, maar al spoedig bleek dat er zoveel materiaal was teruggekomen, dat een en ander in de vorm van het voorliggende boekje kon worden gegoten. In dit boekje, een aanvulling op ‘Het wezen van wezen’, is getracht een beeld te schetsen van het moeizame werk van het bestuur van het weeshuis en van het leven van de weeskinderen en van de vluchtelingetjes in de oorlogstijd. Uitgezocht werd wie tussen mei 1940 en maart 1943 in Pletterijstraat nr. 66 voor kortere of langere tijd woonden. Van hen is nagegaan hoe hun leven verder is verlopen. Zo werd dit tweede boekje over het Haagse joodse weeshuis in feite een nieuw, andersoortig monumentje.
















































































.jpg)





































































































